Home
Boeken
Portfolio
CV
Contact
Nieuws

Stef Renodeyn

Repetitions

Naar de Sitemap

Een vaak terugkerend element binnen het fotowerk van Stef Renodeyn is de neiging te catalogiseren of een bepaalde uniformiteit te tonen. Hij houdt van regelmatigheid en een repetitief element in fotoreeksen. Hij zoekt gemene delers. Het gegeven van de catalogus of de inventaris is iets wat hem aanspreekt. Fotograferen is voor hem vaak ‘isoleren’, en hiermee verbonden: duidelijker maken, meer zichtbaar, ontbloten. Het biedt een middel voor hem het onbegrijpelijke en mysterieuze karakter van de wereld een stuk te bezweren. Het schept een structuur waar die nauwelijks zichtbaar is. Tegelijk maakt een dergelijk fotografische kader het geheel soms deels surrealistisch en hopelijk interessant voor de kijker. Dit net omdat we de kans krijgen de werkelijkheid op een wijze te bekijken waaraan we niet gewoon zijn. Tegelijk is de uniformiteit van de wereld is iets wat hem sterk afstoot omdat hij gelooft in uniciteit en de kracht ervan. Maar het is nét de uniformiteit van zijn omgeving die hem aanspoort tot ‘catalogiseren’, wat naast opstandigheid dus ook mogelijkheid van persoonlijke uitdrukking en bevrediging schenkt. Op zijn minst paradoxaal te noemen dus.

De rust en veiligheid van een uniform bestaan lijkt mensen soms de persoonlijke verantwoordelijkheid te ontnemen. Ook voor Renodeyn betekent het vinden van uniformiteit, éénkennigheid en duidelijke patronen binnen een chaos een geruststelling. Het biedt zelfs een zekere schoonheid. Toch is er ook de neiging hier te willen uitbreken. Ideaal is het een eigen wereld te creëren waar je thuis bent, zoals tijdens voettochten, en hierbinnen een eigen structuur en uniformiteit uit te tekenen. Dit biedt een houvast, maar één die in relatie staat met zijn organische omgeving en verbonden is met het unieke individu. Het maken van een voettocht is eigenlijk een sterk gestructureerd gegeven, met vaste dagelijks terugkerende elementen die zelfs gerust ‘rituelen’ kunnen genoemd worden. Deze zijn soms even saai als het leven thuis. Sterker nog, wat Renodeyn thuis zoekt en ook daar niet kan vinden, wordt nog versterkt.

Renodeyn voegt aan de voettocht nog een aantal elementen toe, vaak door middel van de fotografie, die een neerslag filteren, haast als een dagboek. Ook hier duikt het gegeven van de inventaris op. Dat kan gaan van het noteren van liedjes of  ‘zinsneden’ die door zijn hoofd spoken tot foto’s maken van elke brug die overgestoken wordt of elke plek waar de tent gestaan heeft. En dit los van het feit of het landschap interessant genoemd kan worden of niet. Heel vaak ontstaan er nog onvoorziene reeksen tijdens een tocht. In tegenstelling tot de strak omlijnde structuren zoals die heersen bijvoorbeeld op de werkvloer van een bedrijf, is de vorm en structuur van de voettocht aan groei en verandering onderhevig. Zelfs als ze vooraf uitgelijnd is, staat zij sterk in relatie met haar natuurlijke omgeving. Het is dit gegeven dat voor Renodeyn een uitdaging vormt die hem prikkelt maar ook angst aanjaagt.

Het kiezen om soms te werken vertrekkende vanuit ‘concepten’ – vooraf vastgelegde ideeën en werkwijzen die dan toegepast worden op de omgeving waarin hij terecht komt – is een manier om een fotografie te beoefenen die haaks wil staan op de gebruikelijke, conventionele fotografie. Het gekozen concept biedt een dwingend kader want hem er toe brengt op een andere manier te kijken. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen wat hij zelf wil en waar de ‘discipline’ hem naar toe leidt en wat er daaruit ontstaat. Ook krijgt het toeval een grotere rol toebedeeld. Oninteressante en vergeten landschappen kunnen door de camera ontdekt worden en een nieuwe dimensie krijgen. Er wordt een opname van de plek gemaakt zoals ze aangetroffen wordt waarbij er niet met speciale camerastandpunten of invalshoeken gegoocheld wordt. Maar naast dit oeroude (en betwiste) gegeven van objectiviteit is er bij fotografie altijd sprake van subjectiviteit. Alleen al het kader bepalen is subjectief en zegt iets over de fotograaf. Te zwijgen over het achteraf selecteren van beelden en het maken van prints die vaak toch een persoonlijk ‘handtekening’ van de fotograaf dragen. Dit ‘scherp’ is een klassiek gegeven maar blijft bijzonder interessant.

Deze structuren en concepten dienen tegelijk nog een ander doel: een mogelijkheid iets van de eigen bestaansbeleving te reflecteren naar anderen toe. Dit is niet onbelangrijk. Maar opnieuw: het is een reflectie die vaak poogt haaks te staan op het doorgedrukt, voor de hand liggend verslag. Het soms consequent volhouden van een conceptuele manier van fotograferen en archiveren biedt voor hem net de mogelijkheid het ondeelbare van de persoonlijke beleving toch in de wereld te brengen. En: het toont dat ook hij deel uitmaakt van het moderne bestaan en van zijn elementen, vormen en uitdrukkingsmiddelen gebruik maakt en dit ondanks een verlangen naar en het willen ‘bewaren’ van wat geweest is. Het is in elk geval andermaal paradoxaal te noemen dat zo een ‘fotografische condens’ - die soms niets anders toont dan de effectiviteit en het pragmatiek waar wij als moderne mens toe in staat zijn - net gaat over een poging zich hiervan te bevrijden en het proberen terugvinden van een ‘oervorm’. Een oervorm waar wij van verwijderd zijn maar tegelijk onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Stef Renodeyn,
januari 2007

Bekijk de foto’s Repetitions.

 

 

Website gebouwd doorRiB vzw - Copyright 2011 - 08.01.2012